vrijdag 30 december 2011

Uitdrukking van het jaar 2011: vamos-tamos

Bokitoproof, swaffelen, twitteren, gedoogregering, weigerambtenaar. Of nee, dan die van de Vlamingen uit 2010: tentsletje. Het zijn allemaal woorden die de voorbije jaren het predicaat ‘Woord van het jaar’ hebben gekregen. Maar wat zou u nou als Servisch Woord van het jaar willen typeren? Ik kom er niet op. Wel op een uitdrukking: vamos-tamos.

Vamos-tamos is afgeleid van de uitdrukking ‘vamo, tamo’, wat in een (erg) vrije vertaling zoveel als ‘van het kastje naar de muur’ betekent. En wie heeft dat het afgelopen jaar meer aan den lijve ondervonden dan Rafael Nadal? Maar liefst zes keer verloor hij in 2011 van Novak Djoković, zes keer was het een finale van een groot toernooi. Jazeker, zes keer had Rafa het nakijken. Hij werd door Nole letterlijk van het kastje naar de muur gestuurd. Vamos-tamos. Ballen terughalen en ballen rapen. In Indian Wells en Key Biscayne (Miami) waren het spannende driesetters, die mijn laptop tot overuren dwongen. Madrid en Rome waren andere koek, niet alleen vanwege het feit dat het de favoriete ondergrond was van de ‘koning van het gravel’, maar ook vanwege het gemak waarmee deze gravelbijter van zijn troon werd gestoten. Geen ‘vamos’ voor Nadal, maar vamos-tamos.

En toen kwam de finale van Wimbledon! Voor mij was dit de tenniswedstrijd van het jaar. Vanwege het moment, de entourage, maar ook vanwege de wijze waarop Novak Djoković gedurende de wedstrijd zijn zenuwen in bedwang wist te houden en na de verloren derde set gewoon weer opstond en zijn tegenstander tegen de grond sloeg. Figuurlijk dan, want buiten de baan zijn het dikke vrienden. Nole werd nummer 1 en liet ook in de finale van de US Open zien dat hij dit jaar heer en meester was. Een spannendere finale dan de US Open 2011 heb ik in mijn leven niet gezien.

Als troost voor zijn vamos-tamos-activiteiten kreeg de runner-up zes keer een (salade)schaal, die de Serviërs voor de grap 'salatara' noemen. Niet te verwarren met de beker van de Davis Cup. Misschien dat salatara het Woord van 2012 wordt?

Hajde Nole! Puno sreće u 2012. godini!

zondag 28 augustus 2011

Servisch vertalen: Kosovo en Metohija

Hoe vertaal je 'Autonome Provincie Kosovo' naar het Servisch? Autonomna Pokrajina Kosovo, zou je zeggen. Fout! De juiste benaming is Autonomna Pokrajina Kosovo i Metohija. Waarom de meesten van ons dit niet weten? Dit heeft te maken met het feit we in Nederland de verkorte, onvolledige benaming van de zuidelijke Servische provincie gebruiken. Sla de kranten er maar op na. Dit doen we trouwens ook ten aanzien van Bosnië - die heet voluit Bosnië en Herzegovina, geschreven met een koppelteken: Bosnië-Herzegovina. Maar daar gaat dit stuk niet over.

Kosovo en Metohija is zoals gezegd de volledige benaming van de zuidelijke Servische provincie. De provincie bestaat uit twee gebieden: Kosovo en Metohija. De historische benaming van dit gebied luidt trouwens Stara Srbija, oftewel Oud Servië.

'Kosovo' is afgeleid van het Servische woord kos en is de benaming voor de vogel die wij in het Nederlands merel noemen. Boj na Kosovu Polju vertalen wij dan ook als Slag op het Merelveld.

'Metohija' is afgeleid van het woord metoh, vindt zijn oorsprong in het Griekse woord metokhé en betekent kloosterlandgoed. Dit toponiem refereert aan het feit dat het gebied al eeuwenlang eigendom is van de Servisch-Orthodoxe kerken en kloosters. Honderden eeuwenoude kerken en kloosters, waarvan er vier op de werelderfgoedlijst van UNESCO staan, getuigen van dit feit. De provincie Kosovo en Metohija wordt dan ook met recht de bakermat van de Servische identiteit en de huidige Servische staat genoemd.

U zult zich afvragen waarom dit zo'n interessant stukje is voor mijn weblog? Welnu, omdat de Servische provincie deze zomer veelvuldig in het nieuws is geweest vanwege het oplaaiende geweld tegen de Serviërs die daar letterlijk in ghetto's leven. Daarbij is in de media van alles en nog wat over Kosovo en Metohija gezegd en geschreven. Maar de meest elementaire feiten over de provincie weet men niet eens. Te beginnen bij haar naam.

maandag 6 december 2010

Proficiat, No. 4425!

Wat vliegt de tijd toch snel voorbij! Zo zit je nietsvermoedend in de collegebanken en voor je het weet ben je 15 jaar beëdigd vertaler. Zonder dat het ooit bij je opkwam om, later als je groot bent, vertaler te willen worden. Hoe het zo gekomen is? Nou, in principe heb ik het vertalen van huis uit meegekregen. Mijn zus eigenlijk nog meer, want zij was de oudste van de drie en had de pech, of het geluk, het is maar hoe je het bekijkt, om van tijd tot tijd brieven voor onze ouders te vertalen. Naar deze en gene, u kent het wel. Vaak waren het brieven naar officiële instanties, om aanvullende informatie te verschaffen of om te klagen. Veel migrantenkinderen zijn zo grootgebracht. Ze hebben allemaal onbenutte kwaliteiten die onze samenleving misloopt.

Toen mijn zus eenmaal uit huis ging, kreeg ik wat meer kans, of de verplichting, het is maar hoe je het bekijkt, om mijn schrijfkunsten te oefenen en op een gegeven moment had mijn vader zoiets van ‘je bent tweetalig, kun jij geen beëdigd vertaler worden’? Nee, nooit aan gedacht. Huh? Eenmaal in Amsterdam in mijn propedeusejaar Slavische talen kwam die mogelijkheid voorbij en voor ik het wist werd ik op 6 december 1995 door de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam beëdigd. Dat vond ik zo spannend dat ik die ene zin (‘Zo waarlijk helpe mij God almachtig’) er maar ternauwernood uit wist te persen. Kort na mijn beëdiging verhuisde de rechtbank overigens naar de Kop van Zuid, maar eerlijk gezegd weet ik niet of er een oorzakelijk verband bestaat.

Enfin, hoe kun je een jubileum beter vieren dan met een opname in het Register beëdigde tolken en vertalers. Eind november, een maand voor het verstrijken van de overgangsregeling, werd ik opgenomen. Het is puur toeval dat ik überhaupt over het hele bestaan van die nieuwe Wet beëdigde vertalers en tolken te weten kwam. Toevallig, omdat een cliënt me een tijdje terug vroeg of ik wel beëdigd ben, aangezien ik niet in het Register stond vermeld. Ja, ik ben beëdigd en volgens mij verandert een nieuwe wet daar niets aan, maar goed, voor de cliënt was het verwarrend. Die dacht: niet in het Register = niet beëdigd. Het gevolg was een hele procedure die in de papieren liep, maar goed, het is allemaal tot een goed einde gekomen. Hetgeen betekent dat u voortaan te maken heeft met beëdigd vertaler No. 4425. Op naar het volgende jubileum!

E-mail: vitkovic@gmail.com
Tel.nr.: 06-20902573

donderdag 9 september 2010

Nevenschikkende voegwoorden op vakantie: les 1


Van de zomer was het weer raak: de traditionele autoreis naar Servië en Montenegro. Nee, geen echte vakantie, meer een combinatie van een werkbezoek en vrije tijd voor jezelf. Enfin, de Hongaarse politiebeambte aan de grens met Servië was vriendelijk en alert en zei in het Servisch ‘dobro jutro’. Hij had natuurlijk gelijk in de paspoorten gekeken en wist met wie hij van doen had. Op een gegeven moment riep hij: 'Predrag Mijatović'! Ik schrok en antwoordde snel: ‘Nee, Vitković’, waarop de beambte begon te lachen. Toen pas had ik door dat hij aan het dollen was en op de bekende oud-voetballer doelde. Grapje!

De Servische politiebeambte, een paar honderd meter verderop, was een ander verhaal. Ik overhandigde onze Nederlandse paspoorten en zei er gelijk achteraan ‘dobro jutro’. Eindelijk in Servië, dacht ik, lekker Servisch spreken, de vakantie kan nu echt beginnen. De man keek lusteloos en antwoordde met ‘good morning’. Tja, als het aan de paspoorten lag spraken we Engels met elkaar. Totaal zinloos in dit geval en bovendien helemaal niet lollig.

En toen kwam het. Of beter gezegd, kwam hij. De Servische douanier vroeg of we wat aan te geven hadden (neen, was het antwoord) en vroeg verder: ‘Waar gaat de reis naartoe’? En opgewekt als ik was, vertelde ik dat we onze vakantie in Servië en Montenegro zouden doorbrengen. Dat was de druppel. Geïrriteerd (alsof hij dat al niet was) vroeg hij nogmaals: ‘Waaaaar gaan jullie naartoe? Servië en Montenegro’? Mijn vrouw zag de bui al hangen en begon tussendoor allerlei plaatsnamen op te noemen - Belgrado, Kragujevac, Čačak. ‘We brengen onze vakantie in Servië en Montenegro door’, hield ik vol, waarop hij terugsnauwde dat het land Servië en Montenegro niet bestond.

Dat de staatsunie van Servië en Montenegro al enkele jaren niet meer bestaat, weet iedereen. Ik probeerde dan ook uit te leggen dat we de vakantie in Servië en Montenegro gingen doorbrengen, oftewel in Servië en in Montenegro, niets meer dan dat. Dat had niets met de staatsunie te maken, maar alles met een nevenschikkend voegwoord. Zoals je ook op vakantie kunt gaan naar Spanje en Portugal, zonder dat het gelijk betekent dat je naar één land gaat.

Nooit geweten dat het nevenschikkend voegwoord EN zo’n negatieve connotatie kan hebben, al had ik van mijn kant met mijn woordspeling natuurlijk ook niet moeten provoceren. Ik nodig de lezer die dezelfde kant op gaat uit, dezelfde constructie te gebruiken en hoor graag terug hoe de reactie was. Aan de grens met Montenegro geniet mijn voorkeur :-)

dinsdag 13 april 2010

Taalvervuiling van de tweede graad

Laatst belde een vrouw op met de vraag of ik nog vertaal. Ja, antwoordde ik, waarom vraagt u dat? Nou, zei de vrouw, omdat ik uw overlijdensbericht (‘čitulja’) in de krant niet meer zie. Overlijdensbericht? Staat mijn overlijdensbericht niet meer in de krant? Nee, antwoordde ze. U bedoelt zeker de advertentie? Ja, dat bedoel ik, antwoordde ze lachend. En ze vervolgde het gesprek alsof er niets aan de hand was en ze niets vreemds had gezegd. Een simpele verspreking? I don’t think so, daarvoor sprak ze te zelfbewust. Ze kende gewoonweg het passende woord niet (gebrekkige woordenschat) en improviseerde maar wat, maar daar had ik vrede mee. Ik was al lang blij dat ze feitelijk het bericht van mijn overlijden niet hád kunnen lezen.

Waar je om dit soort voorbeelden nog kunt lachen, moet ik toegeven dat ik me erger aan het feit dat de tweede generatie ‘allochtonen’ (mag dit woord nog gebruikt worden?) uit mijn nabije omgeving deels Nederlands en deel Servisch spreekt. Vreselijke zinnen zijn dat en ook ik maak me er eerlijk gezegd soms ook schuldig aan. Funest voor de taalontwikkeling! Dan weer in de ene, dan weer in de andere taal, het woord dat het eerste in je opkomt floept er ineens uit, zonder ook maar een seconde te hoeven zoeken naar een equivalent in de juiste taal. Twee werelden zijn het en het is constant schakelen geblazen in die tweetaligheid. Soms wordt er in een eenvoudige zin wel 2 tot 3 keer geschakeld, zonder dat de toehoorder vreemd opkijkt. En het erge is juist het feit, dat de derde generatie, de nakomelingen van de tweede, het overneemt, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Nog minder taal en nog meer vervuiling.

Mocht u dit afwijkende gedrag in uw omgeving tegenkomen, wijs hem of haar op de funeste gevolgen voor de taal(ontwikkeling), maar veroordeel de spreker in geen geval. Hij doet immers zijn best om het vooral te laten. Het lukt helaas niet altijd , want het is een kwestie van a) een niet optimale woordenschat, of van b) gemakzucht. In beide gevallen is die taalvervlechting het gevolg van die meervoudige culturele identiteit waarmee migrantenkinderen in Nederland opgroeien. Ikzelf ben de eerste die dit vreselijke taalfenomeen aan een overlijdensbericht zou willen onderwerpen. Wordt aan gewerkt, zullen we maar zeggen.

Dit brengt me op het idee om een volgende keer een stuk te schrijven over Nederlandse woorden die in het alledaagse Servische taalgebruik zijn ingebed, zonder dat de spreker en toehoorder de behoefte voelen deze woorden te vertalen. Zoals in Polen inmiddels het woord ‘jaaropgaaf’ is ingeburgerd, bijvoorbeeld. Kent u Nederlandse woorden die u in Servische (Servo-Kroatische) conversaties zonder ondertiteling steevast terug hoort komen, geef ze aan me door via vitkovic@gmail.com.

zaterdag 19 december 2009

Beeldvorming, bejegening en migranten


Soms heb je van die momenten waarop je het niet kunt laten, op een zeer irritant en bovenal beledigend stuk te reageren. Zo reageerden onlangs nogal wat Serviërs, of moet ik zeggen Serven, op een column op voetbalinternational.nl. Zonder er om te vragen kreeg ik veel van die reacties vervolgens doorgestuurd, alsook de op één hand te tellen en vrij simpele antwoorden van de betrokken auteur, respectievelijk de hoofdredacteur. En aangezien beide heren niet echt in staat waren om enige vorm van empathie te tonen richting de klagers, waarvan een deel toch ook wel erg dramatische e-mails schreef en de hele column wel heel erg letterlijk opvatte, dat geef ik direct toe, restte mij niets anders dan een column over een column te schrijven. Soms heb je van die momenten.

Het gevolg? Een column over mijn column die ging over zijn column, van de hand van de gewraakte auteur himself. Het moet niet gekker worden! En toen werden de almachtigen van GeenStijl er ook nog eens bijgehaald, in een poging om de beroepsserviër nog even terecht te wijzen. Dank daarvoor, want het was een bevestiging van hetgeen ik in eerste instantie met de lezer wilde delen: vrijheid van meningsuiting is een groot goed dat we nooit en te nimmer te grabbel mogen gooien, maar dat grote goed geeft aan de andere kant ook niemand het recht om individuen of bevolkingsgroepen te schofferen, beledigen of in een hoek te zetten. Ook columnisten niet.

Tot slot spraken ook de reacties onder al die tegenberichten boekdelen. Ze lieten zien hoezeer negatieve / ongenuanceerde / verdraaide beeldvorming van invloed is op de perceptie die we van elkaar hebben. Hoe schever het beeld in de media over een bepaalde groep, des te negatiever en grover de bejegening zal zijn richting de betreffende migrantengroep. 'Beeldvorming en migranten' zal ook in 2010 een hot item blijven, daar is niet veel wijsheid voor nodig.

woensdag 8 juli 2009

Servisch leren in Rotterdam

Regelmatig krijg ik de vraag voorgelegd of er ergens in Nederland taalcursussen Servisch voor volwassenen gegeven worden, zonder dat je dan gelijk weer in de collegebanken van een universiteit plaats moet nemen. Welnu, voor een ieder die het nog niet wist: in Rotterdam wordt al enkele jaren een leergang Servisch voor beginners en gevorderden georganiseerd. Vanaf september starten er weer nieuwe groepen.

De taallessen worden verzorgd door het Servisch Cultureel Centrum 'Vuk Karadžić', dat sinds 1992 voornamelijk bekend is als het OALT-lespunt voor de Servische taal. Kinderen van de eerste en inmiddels ook tweede generatie Serven in Nederland krijgen er les in de Servische taal en cultuur. Voor meer informatie over de leergang voor 'allochtonen' (autochtonen/oude Nederlanders die Servisch willen leren) kan men contact opnemen met de voorzitter van de stichting, mevrouw Nada Čanak: nadacanak@yahoo.com.

Nog een leuke wetenswaardigheid in dit verband: het OALT-onderwijs in de Servische taal (destijds Servo-Kroatische taal geheten) heeft in Nederland een relatief lange traditie. In 1972 werden de eerste twee scholen in Amsterdam respectievelijk Rotterdam opgericht. Gaandeweg waren er zelfs 23 lespunten actief, verspreid over heel Nederland. Naast het Servo-Kroatisch werd in Utrecht en Den Haag tevens Macedonisch onderwezen. In Rotterdam werden zelfs lessen Albanees (in Joegoslavië officieel geen landstaal maar een minderheidstaal) aangeboden aan Joegoslavische leerlingen van Albanese komaf.
Nadat vanaf 1990 deze scholen uit elkaar werden getrokken vanwege het opkomende nationalisme in Joegoslavië, besloot de Nederlandse overheid om aan het nationalisme gehoor te geven, waarbij de bestaande (gemengde) scholen in de zomer van 1992 werden omgedoopt tot Servische lespunten. Daarvan bleven er tot aan de afschaffing van het OALT (in 2004) negen voortbestaan. Nu zijn er nog maar twee over, gefinancierd door bijdragen van ouders en grootouders. En u raadt het al - ze staan (nog steeds) in Amsterdam en Rotterdam.

maandag 25 mei 2009

Verhalen over voormalig Joegoslavië


Naast freelance vertaalwerkzaamheden heb ik een passie voor schrijven. Gezien mijn interesse en opleidingsachtergrond schrijf ik voornamelijk over a) maatschappelijke ontwikkelingen in het voormalig Joegoslavië en b) de ontwikkelingen binnen en activiteiten van de Servische gemeenschap in Nederland. Zo leverde ik achtergrondartikelen en nieuwsberichten voor onder andere het Balkan Bulletin, Donau, Lize Bulletin en Wereldjournalisten, alsook voor de Servische dagbladen Kurir, Večernje Novosti en Vesti.
Publiceert u ook over onderwerpen die te maken hebben met voormalig Joegoslavië of de voormalig Joegoslaven in Nederland en heeft u bijstand nodig van een native speaker? Omdat u bijvoorbeeld een interessant artikel bent tegengekomen, maar de taal niet machtig bent? Of graag iemand wilt interviewen die het Nederlands niet genoeg machtig is? Dan is deskundige hulp van buitenaf een uitkomst. Zeg vaarwel tegen achtergrondverhalen die vaak niet meer zijn dan een klakkeloze vertaling van nieuwsberichten die van buitenlandse persbureaus afkomstig zijn, waarbij de inhoud op juistheid niet eens wordt geverifieerd.
Wie schrijft die blijft! Voor al uw (hulp)vragen: zie contactgegevens aan het einde van mijn eerste bericht.

dinsdag 10 februari 2009

Op zoek naar een ervaren vertaler Servisch?

Sinds 6 december 1995, de dag waarop ik als vertaler Servo-Kroatisch beëdigd werd, heb ik talloze vertaal- en tolkwerkzaamheden uitgevoerd. Voor verschillende vertaalbureaus, overheidsdiensten, actualiteitenprogramma's en particuliere initiatieven. Ik kan dan ook met alle recht stellen dat ik naast de vereiste deskundigheid ook over de nodige ervaring beschik.
Voor uw vertaalopdrachten uit en naar het Servisch (Servo-Kroatisch) kunt u geheel vrijblijvend contact met mij opnemen. Of het nou gaat om geboorteakten, verklaringen, getuigschriften of persoonlijke correspondentie. Beëdigd of niet. U kunt mij bereiken via vitkovic@gmail.com of 06-20902573.